Cornelis Simon Theodorus van Gink (1890 – 1968)

Geboren op 25 oktober 1890 te Nieuwer Amstel (Zuid Holland) en overleden op 11 februari 1968 ( 77 jaar oud ) in het ziekenhuis te Haarlem .

C.S.Th. van Gink heeft zich een halve eeuw lang beziggehouden met de studie van huisdieren , speciaal van pluimvee en kleine huisdieren . In de jaren 1919 – 1921 was hij werkzaam als pluimveeconsulent .

Ook werd hij benoemd tot secretaris – generaal van het Eerste Wereld – Pluimveecongres en Tentoonstelling . Tevens had hij de leiding van de wederopbouw van de pluimveestand in Waterland toen deze door een overstroming vrijwel vernietigd was . Hij genoot een uitstekend teken en schilderonderricht en werkte twee jaren lang in Amerika onder de beste illustrators op pluimveegebied .

Naast zijn vele werk op organisatorisch gebied , nationaal zowel als internationaal ( zo is hij sinds 1924 vice – president van de World’s Poultry Science Association , de wereldorganisatie voor wetenschappelijke pluimveeteelt ) , schreef hij ook een vijfdelig geillustreerde pluimveestandaard ( voltooid in 1960 )

De Voorburgse Schildkropper

Hij is ook bekend door het scheppen van de Voorburgse Schildkropper , het enige nieuwe Nederlandse sierduifras sinds een eeuw dat officieel erkend is . In zijn fokkerij ontstonden enkele jaren geleden isabelkleurige hoenders , voordien een onbekend kleurslag bij hoenders .

Hij heeft o.a. gewoond in : Den Haag en Voorburg : Parkweg 180. en in Heemstede : Joh. Vermeerstraat 3

  • Zijn eerste vrouw heette : Hendrika Maria VERKROOST. Het eerste huwelijk werd ontbonden door haar overlijden op 3 oktober 1964 te Heemstede .
  • Zijn tweede echtgenote : Hendrika PORSCHEN uit Stammheim (Duitsland), geboren 18 februari 1910.
  • Uit beide huwelijken kwamen geen kinderen voort .

Op zijn persoonskaart staat 2-maal een beroep vermeld nl.

  • Directeur (waarschijnlijk van de filmmaatschappij Polygoon);
  • Directeur van de stichting HAARLEM’S BLOEI een afdeling van de Haarlemse afdeling Stichting Vreemdelingen Verkeer (VVV);

Oorlogsjaren

Toen Cornelis van Gink in de oorlogsjaren ’42-’43 ondergedoken zat, besteedde hij deze periode van noodgedwongen werkloosheid door 100 prachtige aquarellen te schilderen voor het Instituut voor Pluimveeonderzoek Het Spelderholt in Beekbergen. De koekoekverige kraaikoppen, de krulverige zilverlaken baardkuifhoenders, de citroenporselein sabelpootkriel en alle ander kippenrassen met poëtische namen werden zo nauwgezet getekend, dat de afbeeldingen gebruikt konden worden om uitgestorven hoenderrassen terug te fokken.

C.S. Th. Van Gink was dan ook een internationaal befaamd fokker en kenner op het gebied van kleine huisdieren, vooral kippen en duiven. Als kleine jongen al fokte hij duiven en deze hebben de gewoonte om zich snel te vermeerderen. Toen hij een jaar of veertien was werd het zijn vader te machtig en zette hij alle hokken open. Toen Cornelis bij thuiskomt zijn vogels gevlogen vond barstte hij niet in snikken uit maar floot doordringend. Binnen de kortste keren waren alle duiven weer terug.

Naast zijn passie voor duiven en kippen was Van Gink een begaafd tekenaar. Hij kreeg een tekenopleiding in Amsterdam en ging vervolgens vóór 1914 enkele jaren naar Chicago waar hij les kreeg van de internationaal bekende kunstenaar Arthur O. Schilling, Amerika’s meest bekendse schilder van pluimvee. Teruggekomen in Nederland ontwikkelde hij zich verder als tekenaar en pluimveeschilder. Daarnaast was hij een bekwaam keurmeester en publicist van tientallen boeken over duiven en hoenders die ook door hem werden geïllustreerd.

Tekeningen en aquarellen in het Pluimveemuseum

Na zijn overlijden in 1968 is het grootste gedeelte van zijn boekenverzameling van 1100 stukken ondergebracht bij de Subfaculteit Veterinij Universiteit van Utrecht (Utrecht Veterinary Library). Circa 1400 tekeningen en aquarellen van Van Gink van KLN zijn middels een bruikleencontract aan het Pluimveemuseum overgedragen.

Het museum heeft ook al de nodige jaren de 88 aquarellen van Van Gink die eigendom zijn van de Stichting Pluimveebelangen in bruikleen, zodat een belangrijk deel van de kunstwerken bij elkaar zijn. De tekeningen worden alleen voor tentoonstellingsdoeleinden in het museum gebruikt.

Wereldpluimveecongres 1921

In 1921 was hij (mede)organisator van het wereldpluimveecongres in Den Haag. Reeds op 31-jarige leeftijd werd Van Gink Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in Scandinavië ontving hij zeer hoge onderscheidingen voor zijn verdiensten op het terrein van de pluimveeteelt.

Beroepsmatig was hij onder meer directeur van de Orion-Filmfabriek (later Polygoon). Het Nederlands Pluimveemuseum heeft onlangs deze unieke collectie aquarellen van hoenderrassen voor lange periode in bruikleen gekregen. De meeste koppels kippen en hanen staan afgebeeld tegen de achtergrond van traditionele boerderijtypen en landschappen uit de streek van herkomst: bollenvelden, molens, schaapskooien en vennetjes. Stadsuitbreidingen en industrialisatie hebben hier nog geen sporen nagelaten.

De Collectie Van Gink

Zijn boeken en tijdschriften
Van Gink heeft vele tientallen boeken geschreven en artikelen geschreven over pluimvee al dan niet in hechte samenwerking met andere pluimvee- enduivenliefhebber. Sommige behoren nog tot op vandaag tot dé standaard voor het fokken en verzorgen van pluimvee (hoenderen en duiven met name) .
Veel van zijn boeken zijn in de loop der jaren herdrukt en kunnen nog altijd worden gekocht bij boekhandels in oude boeken en tijdschriften, antiquariaten én op internet.

Zijn aquarellen en pentekeningen

Expositie ” Pronken met eigen Veren ” (2005)

De eerste en enige keer dat de collectie Van Gink in z’n geheel tentoongesteld werd, was in het Veluws Museum Nairac van 27 april t/m 4 juni 2005 Adres Langstraat 13, Barneveld. Telefoon: 0342-415666, museumnairac@introweb.nl en http://www.nairac.nl.
” Cornelis Simon Theodorus van GINK was niet alleen een uitmuntende organisator maar een unieke man die wereldfaam verwierf als veelzijdig getalenteerd tekenaar, schilder, schrijver, fokker en keurmeester. Zijn tekeningen en aquarellen sieren vele boeken en vaktijdschriften in binnen- en buitenland.

De hand van de meester is steed herkenbaar in zijn tekeningen van hoenderassen, zoals kippen en duiven. Daarnaast was een begenadigd kweker van dit soort hoenderassen en heeft door het kweken vele nieuwe soorten hoenderrassen ontwikkeld.

Vanwege zijn belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe soorten – door jarenlange kruisingen van bestaande rassen – werd hij tijdens zijn leven 3-maal geridderd :

– Ridder in de Orde van Oranje Nassau
– Ridder Eerste klasse der Orde van Wasa van Zweden .
– Ridder der Dannebrogsorde van Denemarken .
– DIverse ndere onderscheidingen .

In English

C.S.Th. van GINK (1890-1968), a central figure in the world of poultry sport van GINK defended, during more than half a century, the interests of the amateurs of poultry as a journalist, organizer, teacher, breeder and competition judge, in The Netherlands and abroad. He gained worldwide fame for his drawings and paintings of poultry. His pendrawings and aquarels are certainly unique from a technical and artistic point of view.

His biography is presented, together with the bibliography of his non-periodical publications.

History

Of all the various kinds of Pouters and Croppers, the Voorburg is perhaps the “new kid on the block”, having been first exhibited in 1935 and officially recognized in 1938.
It was created by the Hollander ‘van GINK, from crosses of Norwich Cropper, Pigmy Pouter, Br�nner Pouter, Smerle, Swing Pouter, and Shield-marked Toy Pigeons.

Type (shape and stance)

van GINK says “In size and type the Voorburg Shield Cropper should be half way between the Norwich and the Brönner Pouter. They stand moderately high on their legs and upright. The fairly large crop is globular; and the tail should not touch the ground.”

Color variations
Voorbugs come in Black, Blue (barred, checked and a very attactive barless), Red, Yellow, and all colors of dilute and intense bars. In Europe they also come in the respective Pale mutations. All colors are exceptionally rich and glossy. It may be that the Pale mutations will make their way into the United States in the near future.

Een aantal tekeningen uit de collectie van C. S. Th. van GINK