Dubbeldam

Onze Oorsprong : DUBBELDAM

Voor zover thans bekend, is de familie VAN GINK oorspronkelijk afkomstig uit de gemeente Dubbeldam , een voormalige, zelfstandige dorp (gehucht) op het eiland Dordrecht in Zuid – Holland. Het was een arme, agrarische omgeving en naast landbouw stond het dorp Dubbeldam bekend om zijn goede paardenfokkers !

Dubbeldam bestond vroeger uit een oude dorpskern, een paar voormalige landwegen en veel nieuwbouw. Van de oude dorpskern is door afbraak en nieuwbouw in de jaren zestig weinig meer te zien. De wijk ligt bijna direct aan het natuurgebied de Hollandse Biesbosch. Voor Dordtse begrippen wonen er thans veel welgestelden.

De naam van de plaats Dubbeldam is eenvoudig te verklaren als “dam in de Dubbel”, een riviertje dat door de Groote of Hollandsche Waard liep.

In 1282 wordt de locatie voor het eerst vermeld. Ergens in de veertiende eeuw krijgt het dorpje met de omliggende boerderijen de status van ambacht.

Als in de nacht van 18 op 19 november 1421 de Sint-Elisabethsvloed een einde maakt aan de Groote of Hollandsche Waard, verdrinkt Dubbeldam met 17 andere dorpen in de directe omgeving.

De rechten op de ambachten bleven echter (zij het als dode letter) in stand en toen er in de zestiende eeuw in het gebied ten zuiden en oosten van Dordrecht weer gepolderd werd, kreeg Arend Cornelisz., burgemeester van Dordrecht en heer van (het eveneens verdronken) De Mijl, interesse in de rechten over Dubbeldam, die hij in 1554 van het gewest Holland als erfpacht verkreeg.

Vanaf ca. 1560 begonnen hij en zijn opvolgers het gebied systematisch in te polderen. Het was van groot belang voor Dubbeldam om de grenzen vast te stellen, daar werd een commissie voor ingesteld. Landmeters trokken rond 1560 een ‘ree’ (grenslijn) tussen Dordrecht en Dubbeldam ter hoogte van ongeveer Reeweg-Oost.

De vier polders waar het ambacht Dubbeldam uiteindelijk uit zou bestaan waren: Oud-Dubbeldam, de Noordpolder, de Zuidpolder en de Aloïsenpolder. De polder Wieldrecht werd in 1659 een zelfstandig ambacht. Het dorp Dubbeldam werd in 1630 groot genoeg geacht voor een eigen kerk.

Dubbeldam was lange tijd niet meer dan een paar huisjes rond een kerk. In 1632 stonden er slechts 56 huizen, honderd jaar later waren dat er 107 en in 1840 was dit aantal gegroeid tot 243. Na 1750 werd het grondgebied van Dubbeldam flink uitgebreid met nieuwe polders en groeide ook het dorp uit tot een plaats van redelijke omvang.

In 1816 werd de gemeente Dubbeldam geformeerd, die in 1856 de gemeentes Wieldrecht en De Mijl zou annexeren. De macht van de ambachtsheer was met de vorming van de gemeente geminimaliseerd, al bleef hij tot 1929 rechten over Dubbeldam houden.

Dubbeldamseweg_kerkDubbeldam_1957

Het grondgebied van Dubbeldam besloeg vanaf 1856 ongeveer 3/4 deel van het Eiland van Dordrecht, het qua inwonertal veel grotere Dordrecht moest het met een veel kleiner deel doen. Vanaf 1871 werden herhaaldelijk stukken grondgebied door het uitbreidende Dordrecht geannexeerd. Om de aanleg van de spoorlijn naar Sliedrecht mogelijk te maken werd rond 1880 grond geruild met Dordrecht en het gebied rond ’t Vissertje aan Dubbeldam toegevoegd.

Dubbeldam op de landkaart

Smalend kunnen oude Dubbeldammers nu nog zeggen: ‘Het station van Dordrecht staat op het grondgebied van Dubbeldam’. Zelf had Dubbeldam samen met ’t Vissertje een stopplaats aan de spoorlijn Elst – Dordrecht: stopplaats ’t Visschertje. Deze werd in 1926 gesloten.

Dordrecht bleef groeien en had veel meer ruimte nodig. Ondanks pogingen in de jaren zestig om het dorp, door het te doen uitgroeien tot een voorstad van Dordrecht, zijn zelfstandigheid te laten behouden werd Dubbeldam op 1 juli 1970 officieel volledig aan de grotere gemeente Dordrecht toegevoegd.

De familienaam Van Gink

Voor meer dan honderd jaar hebben tientallen familieleden Van Gink in dit dorpje geleefd, werkzaam als voerman, als kruidenier of als landarbeider. Maar ook in de nabij gelegen gemeenten, zoals : ‘s-Gravendeel, Strijen, Maasdam, Smitshoek en Wieldrecht moeten tientallen familieleden VAN GINK(EL) hebben gewoond en geleefd.

Zij zijn er waarschijnlijk arm geboren, veelal in grote gezinnen opgegroeid, gehuwd met plaatsgenoten, gingen zondag naar de kerk en zijn in de meeste gevallen ook in deze Dordtse regio overleden en begraven.

Enkele bekenden familieleden uit de Van Gink-dynastie:

Gerardus Leonardus van GINK (1862 – 1956)

Geboren op 25 mei 1862 te Amsterdam, geloof RK. Gehuwd met Johanna LIGHTERT, geboren 26 juli 1866 te Loenersloot, provincie Utrecht. Gerardus Leonardus is op 69-jarige leeftijd overleden te Amsterdam op 21 augustus 1931 en gecremeerd te Driehuis – Westerveld op maandag 24 augustus 1931. Hierboven een foto van het gezin van G.L. met op de achtergrond de kinderen van links naar rechts : dochter RIE (H.M.A.) zoon Jan (J.J.G.) zoon Hein (G.J.M. ) en zoon Kees (C.S.Th.) van Gink

Hinde201402

G.L. van GINK legde zich 40 jaar lang toe op de rijwielindustrie in een speciaal daartoe gebouwde Rijwiel- en machinefabriek De Hinde aan de Omval te Amsterdam. Ook voerde hij het fiets merk Oranje ingeschreven in de officiele registers door G.L. Amsterdam te 1912-01-29. Eind 1890 legde hij zich toe op de automobiel-fabricage en bouwde een van de eerste auto’s in Nederland.

Zo hield hij zich voornamelijk bezig met de ontwikkeling van de explosiemotor.

De Rijwielfabriek Hinde in Amsterdam

De Amsterdammer G.L. van Gink begon in 1988 op kleine schaal met de productie van rijwielen onder de naam Hinde, waarmee hij aangaf dat ze snel bereden konden worden. Zijn bedrijfje groeide snel en toen hij in 1893 een compagnonschap aanging met de bekende wielrenner ‘ Jaap ‘ Ott Bultmann had hij al 25 man in dienst.

Het programma werd uitgebreid met een bouwpakket voor een motorfietsje : een instructie-tekening en een set onderdelen waaronder een bijna 2PK sterke motor. De stap naar de fabricage van automobielen was toen nog maar heel klein.

Reeds in 1898 werd Van Gink dan ook in Amsterdam gesignaleerd met zijn eigen auto, wellicht die men maart 1898 wilde tonen op de Amsterdamse RI. Voor dat evenment was de wagen echter niet tijdig gereed, zodat behalve fietsen en fietstransporters slechts een tekening van de Hinde auto konden worden getoond.

Het ontwerp bleek voor die tijd nogal ingewikkeld. Zo waren er twee motoren voorzien van elk 4,5 PK, een aandrijving met wrijvingskoppelingen in plaats van kettingen en een soort zelfdragende buisconstructie voor chassis en carosserie. De verkoopprijs had men bepaald op f 2500. Na de RI zou de auto nog wel afgebouwd zijn, maar tot verdere produktie is het niet gekomen. Tot 1936 zijn er Hinde motorrijwielen verkocht , daarna verdween het merk.

Hinde201401

Affiche van Hinde Rijwielen eind 19e eeuw. Ontwerp J. G. van Caspel.

De Hinde (in sommige media wordt de naam Van Gink gebruikt), Amsterdam (1899-1938), is een historisch Nederlands merk van auto’s, fietsen en motorfietsen.

Het is een merk dat aanvankelijk De Dion-motoren van 2 pk gebruikte. Nadat de productie lange tijd stil lag, ging men in het tweede deel van de jaren dertig tweetakten van 98 en 118 cc produceren.

Hinde is opgericht door G.L. van Gink in 1888. Op de RI (tot 1900 de naam van de RAI) van 1899 presenteerde het haar eerste en waarschijnlijk enige auto. De auto was aangedreven door twee 4,5pk-motoren met een wrijfkoppeling. De auto zou verkocht zijn voor 2500 gulden.

Hinde is opgericht door G.L. van Gink in 1888. Op de RI (Tot 1900 heette de RAI zo) van 1899 presenteerde het haar eerste en waarschijnlijk enige auto. De auto was aangedreven door twee 4,5 pk motoren met een wrijfkoppeling. De auto zou verkocht zijn voor 2500 gulden.

C.S.Th. (Cornelis Simon Theodorus) van Gink (1890–1968)

pluimvee04

Cornelis Simon Theodorus van Gink werd geboren te Nieuwer-Amstel op 25 oktober 1890. Zijn hobby’s waren tekenen en duiven. Hij volgde de eerste tekenlessen te Amsterdam.De heer van Gink was vóór 1914 enkele jaren in Chicago (V.S.) om zijn tekenopleiding te voltooien.
De internationaal bekende Arthur O. Schilling was zijn leermeester. Teruggekomen in Nederland ontwikkelde hij zich verder als tekenaar en pluimveeschilder. Daarnaast was hij een bekwaam kleindieren-keurmeester en publicist. Dit alles was zijn vrijetijdsbesteding.

Beroepsmatig was de heer van Gink hoofdredacteur van Avicultura ( toen van 1921 – 1928 ) “Geïllustreerd Weekblad gewijd aan de fokkerij van en liefhebberij voor Pluimvee , Konijnen, Duiven, Vogels en Pelsdieren” ). Vervolgens had hij wisselende leidinggevende functies, waaronder die van directeur van de Orion-Filmfabriek ( later Polygoon ). Tenslotte was hij directeur van het V.V.V.-bureau voor het gewest Haarlem.

De heer van Gink heeft pluimvee-aguarellen vervaardigd voor het instituut voor pluimvee – onderzoek ” Het Spelderholt ” te Beekbergen. In de jaren 1943 – 1944 maakte hij bijna honderd aguarellen. Twintig reprodukties van deze aguarellen – op ware grootte – zijn permanent tentoongesteld in de ” Villa Blanda ” van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren te Zeist.

Toen Cornelis van Gink in de oorlogsjaren ’42-’43 ondergedoken zat, besteedde hij deze donkere periode van noodgedwongen werkloosheid door 100 prachtige aquarellen Oud-Hollandse hoenderrassen te schilderen voor het Instituut voor Pluimveeonderzoek Het Spelderholt in Beekbergen.

pluimvee01

pluimvee05

pluimvee06

De koekoekverige kraaikoppen, de krulverige zilverlaken baardkuifhoenders, de citroenporselein sabelpootkriel en alle ander kippenrassen met poëtische namen werden zo nauwgezet getekend dat de afbeeldingen gebruikt konden worden om uitgestorven hoenderrassen terug te fokken. C.S.Th. Van Gink was dan ook een internationaal befaamd fokker en kenner op het gebied van kleine huisdieren, vooral kippen en duiven.

Als kleine jongen al fokte hij duiven en deze hebben de gewoonte om zich snel te vermeerderen. Toen hij een jaar of veertien was werd het zijn vader te machtig en zette hij alle hokken open. Toen Cornelis bij thuiskomt zijn vogels gevlogen vond barstte hij niet in snikken uit maar floot doordringend. Binnen de kortste keren waren alle duiven weer terug.

Naast zijn passie voor duiven en kippen was Van Gink een begaafd tekenaar. Hij kreeg een tekenopleiding in Amsterdam en ging vervolgens vóór 1914 enkele jaren naar Chicago waar hij les kreeg van de internationaal bekende kunstenaar Arthur O. Schilling, Amerika’s bekendste schilder van pluimvee.

pluimvee02

pluimvee03

Teruggekomen in Nederland ontwikkelde hij zich verder als tekenaar en pluimveeschilder. Daarnaast was hij een bekwaam keurmeester en publicist van tientallen boeken over duiven en hoenders die ook door hem werden geïllustreerd.
In 1921 was hij de organisator van het wereldpluimveecongres in Den Haag.

Reeds op 31-jarige leeftijd werd Van Gink onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in Scandinavië ontving hij zeer hoge onderscheidingen voor zijn verdiensten op het terrein van de pluimveeteelt.

Beroepsmatig was hij onder meer directeur van de Orion-Filmfabriek (later Polygoon genaamd).

Cornelis van Gink overleed 11 februari 1968 op 77-jarige leeftijd in Heemstede.

Bekend duivenfokker

De Voorburgse Schildkropper is een schepping van de grote geneticus en illustrator C.S.Th van Gink.
Deze duif dankt haar naam aan het feit , dat haar wieg gestaan heeft in een der mooie tuinen van Voorburg bij Den Haag.GeschiedenisReeds als twintigjarige jongeman liet de gedachte om witte kroppers met een gekleurd schild te fokken van Gink niet los. Maar lange tijd bleef het bij een wensdroom, want voordat hij met met de werkelijke fokkerij zou kunnen beginnen zou het 1929 worden.

Intussen vertoefde hij nog enkele jaren in Amerika om zijn teken een schilderkunst te perfectioneren, en bovendien moest hij zich bezighouden met het opbouwen van een goede toekomst.

Maar in 1929 ging hij toch beginnen met zijn grote taak en binnen tien jaar showde deze grote fokker al verscheidenen goede Voorburgse Schildkroppers. Het behoeft geen betoog dat hij in deze tien jaren heel wat teleurstellingen moest incasseren, en dat vele honderden jongen geboren moesten worden om de eerste goede resultaten te boeken.

Als bekroning op zijn werk werd in juni 1938 het ras als zodanig door de toenmalige Raad van Beheer erkend.
Het spreekt vanzelf dat heel wat rassen gebruikt werden om deze schildkropper zijn huidige vorm en tekening te geven, zoals de Norwich Kropper, de Brünner Kropper, de Steiger Kropper, de Engelse Kropper, de Antwerpse Smierel e.a.
Ook de Schildduif werd te hulp geroepen om een mooie tekening en kleur te verkrijgen.

Hieronder treft u een geïllustreerd schema aan van de rassen die gebruikt werden, van de hand van van Gink zelf.
Het feit dat zoveel verschillende rassen werden gebruikt, is de oorzaak dat er nog wel eens misgetekende jongen geboren worden. Ook komen er nog wel eens dieren voor met een lichte voetbevedering, het geen een aanwijzing is in de richting van de Engelse Dwergkropper.

Een dergelijke vogel gepaard aan een kaalbenig dier, geeft echter weer mooie kaalbenige jongen. Daar in het beginstadium van dit relatief jonge duivenras in feite zeer weinig fokkers waren, daar velen de moed verloren omdat men nog te weinig goedgetekende dieren kweekten. Meende men goed te doen haar krachten te bundelen door oprichting van een speciaalclub. Op 26 januari 1947 werd bij gelegenheid van Avicultura’s kleindieren tentoonstelling een speciaalclub opgericht met de naam “Voorburgse Schildkropper Club”.

Maar ondanks alle inspanningen en een goed gerichte propaganda was deze club geen lang leven beschoren. In 1954 hield zij op te bestaan. In het midden van de zestiger jaren kreeg de fokkerij van Voorburgse Schildkroppers evenwel een nieuwe impuls dank zij het feit , dat mevrouw H. van Gink-Porschen alsmede een aantal nieuwe fokkers zich serieus met de fokkerij gingen bezig houden en dat toen steeds meer goede dieren geëxposeerd werden.

Op 1 juni 1968 werd de “Nationale Voorburgse Schildkroppers Club ” opgericht met een krachtig bestuur , die het ras in enkele jaren tot grote kwaliteitshoogte bracht, dus zowel in kwaliteit als in het aantal fokkers, als ingezonden dieren op de tentoonstellingen.

Zo worden op de sinds 1970 gehouden clubshows bij de lichtstadshow in eindhoven en Savoa te Amsterdam telkens meer dan honderd Voorburgse Schildkroppers in de kooien gebracht , waarbij zich dieren bevonden van prima kwaliteit en er zelfs het predicaat ” U ” werd toegekend. Ook in het buitenland en met name in Duitsland, het land waar veel rassen gecreërd of vervolmaakt werden en waar veel kropper-liefhebbers wonen, alsmede in de Verenigde Staten, bestaat grote belangstelling voor dit ras.

Een aantal kropperfokkers in Duitsland heeft zich de laaste jaren met succes op de fok van dit ras toegelegd, terwijl op 17 januari 1971 tijdens de Ratisbona-Schau in Regensburg een eigen speciaalclub werd opgericht, welke thans meer dan zestig actieve leden telt.

Bovendien hebben belangrijke duitse auteurs zoals Edmund Zurth en Josef Fischer positief over de Voorburgse Schildkropper geschreven in hun literatuur. Een feit is dat deze kropper thans voorgoed heeft gewonnen en dat haar toekomst verzekerd is. Het zou fijn geweest zijn waneer de schepper van dit ras dit had mogen beleven.!!Cornelis Simon Theodorus van Gink werd geboren te Nieuwer-Amstel op 25 oktober 1890.

Zijn hobby’s waren tekenen en duiven. Hij volgde de eerste tekenlessen te Amsterdam.De heer van Gink was vóór 1914 enkele jaren in Chicago (V.S.) om zijn tekenopleiding te voltooien.

De internationaal bekende Arthur O. Schilling was zijn leermeester. Teruggekomen in Nederland ontwikkelde hij zich verder als tekenaar en pluimveeschilder. Daarnaast was hij een bekwaam kleindieren-keurmeester en publicist. Dit alles was zijn vrijetijdsbesteding.Beroepsmatig was de heer van Gink hoofdredacteur van Avicultura ( toen van 1921 – 1928 ) “Geïllustreerd Weekblad gewijd aan de fokkerij van en liefhebberij voor Pluimvee , Konijnen, Duiven, Vogels en Pelsdieren” ).

Vervolgens had hij wisselende leidinggevende functies, waaronder die van directeur van de Orion-Filmfabriek ( later Polygoon ). Tenslotte was hij directeur van het V.V.V.-bureau voor het gewest Haarlem. De heer van Gink heeft pluimvee-aguarellen vervaardigd voor het instituut voor pluimvee – onderzoek ” Het Spelderholt ” te Beekbergen. In de jaren 1943 – 1944 maakte hij bijna honderd aguarellen. Twintig reprodukties van deze aguarellen – op ware grootte – zijn permanent tentoongesteld in de ” Villa Blanda ” van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren te Zeist.

De rijk getalenteerde van Gink overleed 11 februari 1968 op 77-jarige leeftijd in Heemstede

Collectie van 100 schilderijen

Het Nederlands Pluimveemuseum in Barneveld heeft in 2005 deze unieke collectie aquarellen van hoenderrassen voor lange periode in bruikleen gekregen. De meeste koppels kippen en hanen staan afgebeeld tegen de achtergrond van traditionele boerderij-typen en landschappen uit de streek van herkomst: bollenvelden, molens, schaapskooien en vennetjes. Stadsuitbreidingen en industrialisatie hebben hier nog geen sporen nagelaten.

Bron : Nederlands Pluimveemuseum, Hessenweg 2a, Barneveld

Overige familieleden

Een deel van de familie is vanuit Dordrecht vertrokken naar Schiedam, naar Amsterdam en naar de omgeving van Roosendaal. Van daar uit zijn ook de VAN GINK’s richting België getrokken. Er bestaat de verwachting dat ook de Belgische naamgenoten, oorspronkelijk afstammen van de oorspronkelijke families in Dubbeldam. Maar dat is tot nu toe niet geheel duidelijk.

STREEEKMUSEUM HOEKSCHE WAARD

In het archief van het Streekmuseum Hoeksche Waard, Hofweg 13, Heinenoord zijn er veel historische gegevens over de oorspronkelijk generaties streekgenoten te vinden . Jammer genoeg beschikt dit streekmuseum nog niet over een via internet te benaderen electronisch archief om meer over mijn voorouders te weten te komen.

Paul van Gink




Ons Thuis

Wij wonen in Schollevaar

Wij wonen al meer dan 35 jaar in Capelle aan den IJssel. Onze dochters Eline en Sylvia zijn geboren en getogen in Schollevaar.

27-thuis200706

De woonwijk Capelle – Schollevaar is ontwikkeld eind jaren 70 in de toenmalige groeigemeente Capelle aan den IJssel en telt eind 2002 circa 18.400 bewoners, circa 8.000 huur- en koopwoningen, diverse algemene voorzieningen, zoals een gezondheidscentrum, drie instellingen voor senioren, een bibliotheek, diverse sport-gelegenheden, basisscholen, winkelcentra, buurtvoorzieningen en buurtcentra.

26-thuis200705

25-thuis200704

24-thuis200703

23-thuis200702

22-thuis200701

Openbaar groen en fiets en wandelpaden krijgen in deze wijk voorrang boven het autoverkeer.

De woonwijk Schollevaar ligt aan de grens van de gemeente Rotterdam – Alexanderpolder en Zevenkamp en wordt omsloten door de gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel en de Capelse wijken Oostgaarde en Schenkel.

De woonwijk heeft een eigen NS Station en is tevens gelegen aan het stadspark Het Schollebos en ligt daarnaast op een steenworp afstand van de rijksweg Rotterdam – Gouda (A20) Klik hier voor meer informatie over Schollevaar !




De familienaam Tournier

De oude archieven van de gemeente Rotterdam telt anno 2015 heel veel familieleden Tournier (spreek uit op zijn Frans : toernjee). Een moeilijke familienaam die veelvuldig leidt tot ongewenste verschrijvingen. Met de aankomst van Matthieu Tournier in Rotterdam vanuit een onbekende plaatsje ergens in Frankrijk zijn later vele honderden familieleden Tournier in Rotterdam geboren en getogen. Tournier is de familienaam van mijn moeder Maria (Riet) Tournier.

De Stamboom Tournier

Martinus Tournier en zijn vrouw Maria Jansen

Klik hier voor de laatste versie van de Stamboom Tournier versie 1 januari 2015.

Het raadsel rondom de persoon van Martinus Tournier

Volgens het Meertens Instituut waren er in Nederland in 2007 slechts 209 dragers van de naam Tournier. De naam komt verspreid voor met een zwaartepunt in de regio Rotterdam en Rijnmond. In de 18de eeuw was de naam ook al vertegenwoordigd
in de Republiek. Hij is afkomstig uit Frankrijk langs minimaal drie lijnen.

  • – Op de eerste plaats waren er de Hugenoten die waarschijnlijk al in de 16de eeuw arriveerden om aan de achtervolging door Louis xiv te ontkomen. Zo werd in 1729 in de Waalse kerk te Rotterdam de zoon Jean van Michel Tournier gedoopt. In 1802 overleed in Breskens, Zeeuws Vlaanderen, Jean Triou, zijn moeder heette Dorothea Tournier.

  • – Een tweede lijn is de levensloop van Jean Baptiste Francois Joseph Tournier. Hij overleed in 1852 in Breda en was geboren in het Noord-Franse St. Quentin. Hij was waarschijnlijk van adel en vluchtte na de Franse revolutie om aan de vervolging van de Royalisten te ontkomen.

  • – Een derde lijn is die van Matthieu / Martinus Tournier, van de Rooms-Katholieke tak, die het onderwerp van historisch onderzoek is van deze stamboom Tournier op deze website. Hij heeft voor historisch onderzoek naar al zijn nakomelingen – en vooral voor stamboomonderzoekers – veel onduidelijkheden achtergelaten.


    In de trouwakte van januari 1803 wordt hij Martinus genoemd. Dat is beslist geen franse doopnaam. Die zou Martin moeten zijn geweest. Waarschijnlijk een idee van de pastoor van de Rotterdamse Rosaliakerk waar hij trouwde met Agnes Hallewaart. In het
    Militieregister van 1814 van de stad Rotterdam staat onder nummer 2179 de inschrijving van “Mathieu Tournier”.
    Mijn conclusie is dat zijn voornaam in Frankrijk Mathieu moet zijn geweest.

    In dat zelfde register staat voluit zijn geboorte op 16 januari 1776. Matthieu kreeg vrijstelling van militaire dienst omdat hij gehuwd was. Over de leeftijd van Mathieu staat in de trouwakte slechts “jm” (jongeman). Agnes was toen 23 jaar. Omdat hij op 24 november 1843 overleed is hij dus zevenenzestig jaar oud geworden en niet “zevenenzeventig jaar, tien maanden en acht dagen” zoals
    vermeld in de overlijdensakte. Een vergissing is, bij gebrek aan een geboorteakte, snel gemaakt. Het overlijden is aangegeven door “schoonzoon” Gerardus Ras en een buurman. Dat klopt niet; Gerardus was niet de schoonzoon maar een broer van
    Maria de vrouw van de oudste zoon Johannes van de overledene.

    Waarom heeft Johannes het overlijden van zijn vader niet zelf aangegeven? Ook bij het overlijden van zijn moeder Agnes in 1872 liet hij het aan een buurman over. Leefde hij in onmin met zijn ouders?

    Bij de volkstelling van 1830 gaf Mathieu 54 jaar op als leeftijd. Dat klopt met 1776 als geboortejaar, maar bij de volkstelling van 1840 werd 66 jaar als zijn leeftijd opgeschreven. 12 jaar verschil in 10 jaar! Zijn geboorteplaats zou Breda zijn!
    Gerardus Ras gaf als geboorteplaats van Mathieu “Bourdeaux op”, waar ook diens ouders zouden zijn overleden, maar in de trouwakte van Mathieu staat dat hij is geboren in “Phisee in Languedoc” . Ik ga er vanuit dat dit klopt. Gerardus woonde zelf in Zutphen en was waarschijnlijk tijdelijk overgekomen voor het overlijden van zijn eigen vader en logeerde hij bij Mathieu en Agnes, want die dreven immers een “slaapstee” (logement). Het ziet er, ook op gezaq van anderen, naar uit dat de gegevens in de overlijdensakte onbetrouwbaar zijn.

    Ik moet aannemen dat Bourdeaux als geboorteplaats van Mathieu niet juist is. Archiefonderzoek naar Bourdeaux in het departement Drome en Bordeaux in het departement Gironde heeft niets opgeleverd. (die naam werd in de 18de eeuw geschreven als Bourdeaux). Ook in Bourdeau, departement Savoie, is geen geboorte van Mathieu Tournier gevonden.
    Uitgangspunt voor het zoeken naar de geboorteplaats zal dus zijn: Phisee in Languedoc. Met Languedoc zal de voormalige provincie zijn bedoeld, die na 1792 werd opgedeeld in de departe-menten Haute-Loire; Ardeche; Gard; Herault; Aude;
    Haute-Garonne en Lozere. Phisee blijkt als plaatsnaam geheel onvindbaar te zijn.
    Voor het, In het Nederlands uitgesproken als “fiezee”, zijn in het Frans talloze schrijfwijzen mogelijk, maar geen enkele levert een bestaande of vroegere plaatsnaam op.

    Overigens; als Mathieu werkelijk in de Languedoc is geboren zal hij geen Frans maar een dialect van het Occitaans hebben gesproken. Onbekend is of Mathieu bij zijn huwelijk al voldoende Hollands zal hebben gesproken en of de ambtenaar van de gemeente hem goed heeft verstaan. Misschien is Phisee helemaal niet bedoeld als plaatsnaam. Zolang zijn geboorteplaats en liever nog ook de parochie waar hij werd gedoopt niet bekend zijn, is zoeken in Franse archieven onbegonnen werk.

    Plaatselijke genealogische verenigingen werken aan een ingang op naam maar die registers staan doorgaans niet op internet. Internetsites zoals Geneanet en Bigenet blijven dan over als zoek medium. Tot nu toe zonder resultaat.
    Ook de achternaam Lasuisse van zijn moeder bevreemt. Die naam is zeldzaam in Frankrijk en kwam in die tijd alleen voor in noord-oost Frankrijk en Wallonie. Het zou best een bijnaam kunnen zijn voor ”die vrouw uit Zwitserland” en luidt haar werkelijke
    achternaam anders. Ook is geopperd dat haar naam Lassus zou kunnen zijn.

    Als Mathieu inderdaad in 1776 is geboren dan werd hij op 16 januari 1794 18 jaar. Vanaf 1793 werd iedere gezonde ongehuwde Fransman geacht zich “vrijwillig” op te geven voor militaire dienst (la grande levee) om het vaderland te verdedigen. De
    maatregel wekte veel verzet, met name onder katholieken en royalisten.

    Veel jongemannen verlieten het land. Of Mathieu dat ook heeft gedaan en naar Rotterdam uitweek lijkt niet waarschijnlijk, want dan zou hij na de intocht van het Franse leger in 1795 als deserteur zijn opgepakt. Hij zal dus als dienstplichtig militair in Rotterdam zijn gekomen. Omdat de dienstplicht maximaal vijf jaar duurde zou hij in januari 1799 hebben kunnen kiezen tussen blijven of teruggaan. Hij is gebleven.

    De ongehuwde Agnes Hollewaart beviel in 1797 van zoon Matthijs Jacobus Veron. De vader was Louis Veron. Zij trouwden een jaar later. Als in februari 1800 dochter Marie-Louisa wordt geboren staat in de overlijdensakte: “vader frans soldaat reeds
    dood”. Louis moet dus rond mei 1799 nog in Rotterdam zijn geweest.

    Misschien is hij toen opgeroepen voor de veldtocht tegen het russisch-oostenrijkse leger en is hij bij de slag van juni 1799 in Trebbia gesneuveld. Over zoon Mathijs is niets te vinden. De dochter overleed al in oktober 1800. Mathieu trouwde in 1803 met de weduwe.
    De Franse herkomst van Mathieu Tournier blijft dus een raadsel, maar zolang er aanknopingspunten zijn blijft het onderzoek doorgaan “.

    arnoldschuurs@gmail.com Arnhem, 21 januari 2014

    Toestemming voor dit huwelijk is 15 januari 1803 verkregen te Rotterdam.Bron 1

    Kind(eren):

    Joanna Tournier 1803-1893
    Joannes Tournier 1805-1883 Tree
    Maria Catharina Tournier 1807-1875 Tree
    Judith Francina Tournier 1810-1850
    Sophia Tournier 1812-???? Tree
    Lena Tournier 1815-????
    Helena Tournier 1816-1818
    Angenes Tournier 1819-????
    Antonie Tournier 1824-1825
    Martinus Franciscus Tournier 1826-1892 Tree
    Zij is getrouwd met (2) Louis Lodewijk op 30 september 1798 te Rotterdam.

    Kind(eren):

    Mathijs Jacobus Veron 1797-????
    Maria Louisa Veron 1800-????
    Bronnen

    n.b.
    De stamboom van de Rotterdamse familie Tournier is niet volledig. Door de vele afstammelingen en de vele kinderen in de diverse families is tot op heden het loffelijke streven om de gehele stamboom Tournier volledig in kaart te brengen tot op heden een (te) moeilijke legpuzzel gebleken. Wij houden ons dus sterk aanbevolen voor aanvullingen en opmerkingen.

    Parenteel

    Hier vindt u een andere schriftelijke vastlegging van de familiegegevens :
    De Parenteel Tournier01012015bijgewerkt per 1 januari 2015

    Enige foto’s uit de familiehistorie Tournier *

    *Met dank aan Frans Tournier, Rotterdam 2013

    21-tenwolde_oud

    De kinderen van Franciscus Martinus Tournier en Maria Jansse

    Overgrootvader Franciscus Martinus Tournier en overgrootmoeder Maria Jansse

    Martinus Franciscus, geboren op 23 december 1826, van beroep timmerman, trouwt in 1851 met Jacomina Maria Franken, in Gouda geboren op 15 september 1824. Hij woonde in de Peperstraat 65. Hun kinderen waren:

    1. 02-03-1852 Agnes 17-03-1886
    2. 28-08-1853 Cornelis 01-03-1910
    3. 30-0501855 Maria 1859
    4. 27-04-1857 Johanna Sebastiana 1857
    5. 09-08-1859 Joseph 14-11-1926
    6. 15-03-1862 Franciscus Martinus 06-07-1934
    7. 21-08-1865 Johanna Sebastiana 1866

    De vader overlijdt in 1892, moeder Jacomina in 1907.
    * bij de kinderen die jong zijn overleden is alleen het jaar van overlijden

    06-opa

    Interieur van het Cafe Tournier in Crooswijk

    cafe tournier02

    cafe tournier01




Oud Mathenesse……..

Oh….., die lastige jaren zestig……!!

oudmath201512

De woonwijk Oud-Mathenesse ligt in het uiterste westen van Rotterdam. Aan de westkant wordt de wijk begrensd door de Hogenbanweg, die tevens de gemeentegrens tussen Rotterdam en Schiedam vormt. De zuidgrens wordt gevormd door de hoge en 2 kilometer lange Rotterdamse Dijk, die ligt tussen het Marconiplein (rotterdam) tot aan de Koemarkt in Schiedam.

Achter deze dijk bevindt zich de Merwehaven, waar in de laatste 30 jaar voornamelijk fruit (bananen en sinasappels) wordt overgeslagen. Ten oosten wordt de wijk begrensd door het Witte Dorp en de Tjalklaan. De Horvathweg is de noordgrens en loopt vanaf de Rotterdamse Spaanse Polder naar het NS-station in Schiedam.

[print_gllr id=1111]

Het hart van de woonwijk is de Franselaan, een doorgaande straat met aan weerskanten winkels. Deze drukke verkeersweg scheidt de wijk in twee buurten: in het noorden de Schepenbuurt, en in het zuiden de Landenbuurt. De Schepenbuurt bestaat voornamelijk uit portiekflats van 4 etages. In de Landenbuurt staan deels ook portiekflats van maximaal 3 etages, deels vooroorlogse bouw met boven- en onderwoningen.

Oud-Mathenesse is een multiculturele, vooroorlogse stadswijk. In tegenstelling tot het iets verderop gelegen Spangen is Oud-Mathenesse de meest rustige wijk van de huidige deelgemeente Delfshaven, die zelden in het nieuws is.
De wijk Oud Mathenesse telt medio 2014 circa 8000 inwoners.
Vele straten in de wijk (Belgischestraat, Portugesestraat, Deensestaat) zijn grotendeels gerenoveerd, maar vele huizen (Zweedsestraat) blijken anno 2014 verpauperd.

Denkend aan … Oud Mathenesse 1960 – 1970

Gebouwd vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog, gelegen aan de voet van de Rotterdamsedijk, vanouds een keurige arbeiderswijk. Velen van onze vaders werkten in de havens of op de nabij gelegen scheepswerven van de RDM, Gusto of Wilton Feyenoord in Schiedam.

oudmath201507

Het was een nette, keurige buurt waar eigenlijk nooit wat gebeurde. Zondagochtend gingen we naar de Heilig Hart kerk (met het beroemde mannenkoor !), zondagmiddags liepen de meeste vaders en jongens naar het Kasteel van Spangen, waar de beroemde voetbalclub Sparta zijn sportieve gasten ontving.

Simpele huurwoningen, gebouwd na de einde van de tweede wereldoorlog, goedkoop beton, houten krakende vloeren, granieten aanrechtbladen, een kleine keuken, een zeer klein badkamertje, flatwoningen drie hoog, nergens een lift. Van geluidsisolatie of warmte-isolatie hadden we nog nooit gehoord. We kregen wel allemaal CAI. Alle prive-antennes op het platte dak werd op een gegeven moment door den Centrale Antenne installatie. Ook de ombouw naar aardgas uit Groningen maakten we mee. De bewoners uit de straat konden in een demonstratiewagen an het GEB een nieuw formuis uitzoeken. De zwartgekleurde kolenkachels van voor-oorlogse kwaliteit staal werden vervangen door gashaarden van plaatstaal. Dat waren nog eens tijden……

Als s’nacht de grote electriciteitcentrale van het Gemeente Energiebedrijf (GEB), gelegen aan de Gallileistraat vlakbij het Marconiplein stoom afblies, kon je het sissende geluid in de hele wijk horen. Ook de grote zeeschepen boten die ‘snachts uit de Merwedehaven wegvoeren om rechtsaf via de rivier Maas richting open zee bij Hoek van Holland kon je bij de juiste windrichting goed horen….De zware dieselmotoren dreunden namelijk ’s nachts voorbij en deden de dunne ramen van mijn slaapkamer trillen.

Historie van de wijk

Het ambacht Mathenesse wordt al genoemd in documenten uit 1276. De ambachtsheer was Dirk Bokel. Diens kleinzoon noemde zich Dirc van Mathenesse. In 1339 betrok deze een kasteel, waarvan de restanten van de donjon nog altijd te zien zijn in het centrum van de gemeente Schiedam, naast het Stadskantoor aan de Broersvest.

In de Franse tijd, in 1795, werd Mathenesse een gemeente. In 1811 werd deze voor 5 jaar opgeheven en bij Schiedam en Kethel en Spaland gevoegd. Van 1 april 1817 tot 1 januari 1868 was Oud en Nieuw Mathenesse weer een zelfstandige gemeente. Per 1868 werd heel Oud en Nieuw Mathenesse onderdeel van Schiedam en in 1909 ging het grootste deel naar de gemeente Rotterdam.
Een deel van Schiedam wordt ook nu nog aangeduid met Nieuw-Mathenesse. De huidige Rotterdamse wijk Oud-Mathenesse werd gebouwd in de jaren dertig van de twintigste eeuw in de weilanden tussen Rotterdam en Schiedam.

De wijk Oud-Mathenesse, gelegen beneden aan de dijk van de Schiedamseweg, werd vroeger in de volksmond wel De Put genoemd. Maatschappelijk gezien stonden de bewoners net iets hoger in aanzien dan ongeschoolde arbeiders. In Oud-Mathenesse woonden veel lagere ambtenaren, onderwijzers, ambachtslieden en werknemers van de scheepswerven in Schiedam.

Midden in de wijk lag de Rijksseruminrichting, waar nieuwe serums werden getest op runderen en ander vee. Het gebouw is ontworpen door de stadsarchitect Ad van der Steur. De directeur was veterinair deskundige dr. J. Poels, wiens kennis kennelijk verder reikte dan de dierenwereld, want hij was degene die er voor zorgde dat na jaren koningin Wilhelmina alsnog in verwachting raakte.
Het hoofdgebouw van het Serum Instituut biedt thans plaats aan vele bejaardenwoningen. In een van de bijgebouwen aan de Grieksestraat is nu een quarantaineverblijf van diergaarde Blijdorp gevestigd. De andere gebouwtjes doen dienst als buurthuis.

Bron : Wikipedea 2015

Foto’s van onze oude buurt Oud Mathenesse

oudmath201511Boeierstraat

oudmath201510Het Witte Dorp

oudmath201514Rotterdamse Dijk – Beneden

oudmath201503

oudmath201504

oudmath201502

oudmath201501

De plaatselijke middenstanders

oudmath201508

oudmath201504

De Franselaan : de drukke, gevaarlijke doorgangsweg vanaf de Tjalklaan via de Lorentzlaan naar het NS station Schiedam.
In deze drukke straat waren jarenlang gevestigd de supermarkt van Bas van der Heijden, Banketbakkerij C.L. Helmer, de boekhandel van de oude, altijd mopperende heer Bolle, de grote slagerij van Schalk en de winkel van Jamin, op de hoek van de Franselaan en de Hogebanweg en op de andere hoek een winkel van Albert Heyn. Verder in de wijk de groentehandel van Littel, de melkwinkel van Slee, de bakkerij Het Feijntje, aan de overkant van de straat de SPAR-winkel en de bloemenwinkel in de Deensestraat. De kapper zat aan het Pinasplein en op de Rotterdamse Dijk beneden. In de wijk reden twee ‘ijzeren honden’ van de Rotterdamse Melk Inrichting (RMI). De twee melkboeren Vellekoop en Van Buren reden aan het eind van iedere dag over de Rotterdamse Dijk weer helemaal terug naar hun garage aan de Lange Haven in Schiedam. Daar werden de electrische melkkarren weer opgeladen en stonden s’ochtend weer startklaar voor de nieuwe melkvoorraad voor de volgende werkdag. Al deze winkeliers bepaalden het dagelijkse uitgavepatroon van de bewoners..

De drankenhandel van Otto & Janssen , van de familie Lips, alsmede een van de eerste filialen van Albert Heijn op de hoek van de Hogebanweg tegenover Jamin, bepaalden het winkelbeeld. Door de straten ging eerst nog de visboer, de groenteboer, de ijzeren kar van Vellekoop van de RMI en op de hoek van de Deensestraat had het gezin van Piet Jansen zijn eigen kruidenierswinkel. De mooiste winkel was van de banketbakkersfamilie Helmer, die had met Pasen altijd een mooie etalage met de mooiste Paaseieren. De jongens van Helmer zaten ook bij ons op school. Op de Hogebanweg in Schiedam zat een filiaal van P de Gruyter, je kon er vooral allerlei verschillende smaken en soorten koffie los kopen..

Het openbaar vervoer in Oud Mathenesse.

Bus 604, DAF standaardbus, lijn 38, Weena

Buslijn 38 van de Rotterdamsche Electrische Tram (RET) vervoerde ons jarenlang of naar NS station Schiedam, maar meestal de andere kant uit richting Rotterdam Centrum. Die kant ging naar de stad die die bussen waren meestal voller met passagiers. Je had een strippenkaart met 15 zones, je drukte het aantal zones af in de automaat vlak naast de buschauffer en met een harde PING…. dan mochten de mensen doorlopen naar achteren.

RET

Als we elders in Rotterdam moesten zijn, pakten we boven op de Rotterdamsedijk tramlijn 4 of lijn 8, beide trams kwamen vanaf de Koemarkt in het centrum van Schiedam en reden over de dijk richting Marconiplein. Daar passeerden we het politiebureau, het klooster van de Broeders van Maastricht.
Simpel en eigenlijk heel doodgewoon allemaal, Boeiend !!

Hekbootstraat - kopie

Het Witte Dorp - kopie

Enige feiten

  • Bekende wijkbewoners van toen ? Jawel, bijvoorbeeld Patricia Paay, Koos Postema, Pim Doesburg, keeper van Sparta woonden met zijn 2 broers bij ons in de portiek.
  • Evenementen ? De jaarlijkse wielrenwedstrijd Ronde van Oud Mathenesse, de stevige vechtpartijen na Kerstmis, de kerstbomenjacht zowel tegen het tuig uit het Witte Dorp als tegen het zooitje ongeregeld van de Parallelweg achter het station van Schiedam. (Schiedamse Vlooienvangers !).Later kwamen daarbij de vechtpartijen van de gemeentepolitie tegen de nozems op hun Puch’s en Kreidler Florett’s op de Hogenbanweg. Ze verzamelden zich overal in de wijk en de politie kreeg er maar geen vat op.
    s’Zomers het gemeentelijke voetbaltournooi voor de jeugd op de trainingsvelden van Vreelust, het oefenveld van Sparta, en we verloren altijd van de St Nicolaasschool en de Finlandia-School uit de Brigantijnstraat.
  • Bekende wijkagent ? Pakvis. Zeer berucht om zijn streng beleid en zijn bonnen. Hij reed op zijn dienstbrommertje door de wijk en was alom gevreesd door jong en oud.
  • Bekende kerk ? De Heilig Hartkerk, onder leiding van de oude Pastoor van Vugt en de helaas te vroeg overleden kerkkoordirigent / schoolhoofd Mijnheer Odijk. en de organist Lodders, Er was een mannenkoor en een jongenskoor. De priesters woonden in de sacristie aan de Hoekersingel vlak naast de kerk.
  • Bekend speelterrein : Na school voetballen op het grote Pinasplein, of s’winters lekker gevaarlijk schotsie dribbelen op de Hoekersingel ! Viel je in het wak dan trof je de hoon van de hele school.
  • Bekende straten ? Genoemd naar Europese landen : Zweedsestraat, Deensestraat, Belgischestraat, Portugesestraat aan de ene zijde van de Franselaan.
    Aan de andere zijde zijn de straten genoemd naar schepen : bijvoorbeeld Boeierstraat, Doggerstraat, Suierstraat, Hoekersingel, Hekbootstraat, Brigantijnstraat.

    Mijn lagere school (1961 – 1967)

    Eerste Klas Lagere School, Sint Martinusschool, Boeierstraat 9, Rotterdam 1961

    oudmath201505

    Zesde klas – jongensklas van 1967 , Sint Martinusschool , Boeierstraat 9 , Rotterdam – Oud Mathenesse 1967
    olv Broeder Lydius van Kessel – juni 1967 . De school is in 1986 afgebroken.

    oudmath201506

    De leerlingen uit de eerste klas

    •Hans Aalders
    •Rene Beenen *
    •Gerard Bergwerf
    •Rob van Beuningen
    •Alex Boller
    •Cor van den Brink
    •Hans Boerman *
    •Rob Cornelisse
    •Frank Dessing
    •Rene van Gink *
    •Paul van Gink *
    •Peter van Gogh*
    •Lex van den Hondel *
    •Jan de Jong
    •Jan van Leusden
    •Bert Lips
    •Andre Lucas
    •Kees Meijer
    •Frans Rietstap *
    •Jan van Rijswijk
    •Ronald Smeehuizen
    •Rudie van der Spek
    •Peter Spruit
    •Jaap Taal *
    •John Vendrig
    •Marc Vermoolen *
    •Rob Vierboom *
    •Frans Vink
    •Tonny van de Water
    •John van Zwieten *

    Oproep !

    Herkent u zichzelf of wellicht een van uw familieleden op een van deze foto’s ? Laat dan even wat horen via email . We willen wel eens een reunie organiseren om elkaar weer eens te ontmoeten. Stuur u informatie op naar paul@vangink.nl en ik neem zo snel mogelijk contact met u op !

    De met een * aangegeven leerlingen hebben zich inmiddels via email gemeld.

    zesde klas Meisjes Jeanne d’Arc school, pinkstraat Rotterdam – 1967

    oudmath201509

    De jongedames van de 6e klas in 1967 olv meester A. van Rooyen, juni 1967

    Foto ontvangen van Joyce Siahaya, met zeer veel dank !

    •Ineke Belzer
    •Tilly van den Bogaard
    •Cisca Bouts
    •Monique de Bruyne
    •Astrid Cammelbeeck
    •Ria Claassen
    •Resi van Deursen
    •Anneke Engering
    •Carla Harte
    •Hannie Jacobs
    •Marian Leuvering
    •Franza van der Linden
    •Ria Moonen
    •Jessie Ozephius
    •Joke Persy
    •Wilma Plooy
    •Carmen Schuyff
    •Joyce Siahaya
    •Wilma Spin
    •Yvonne Verhage
    •Trudy Vermeulen
    •Charlotte Willemsen

    De Heilig Hartkerk – Pinasplein- Rotterdam

    oudmath201502

    oudmath201501

    – Oud Mathenesse Heilig Hartkerk, Pinasplein – Oud Mathenesse – Rotterdam
    Foto’s, genomen vanaf het Pinasplein richting Heilig Hartkerk, Pinkstraat , Rotterdam – Oud Mathenesse

    (Met dank aan John van Zwieten)

    Broeder Lydius van Kessel 1917 – 1998

    Geboren in Amsterdam op 22-03-1917,

    Ingewijd op 15-08-1936, overleden te Maastricht op 10-11-1998,

    Op deze electronische zoektocht naar mijn verleden kwam ik op de website van de Broeders van Maastricht een foto tegen van het toenmalige hoofd van de lagere school, Broeder Lydius van Kessel. Hij blijkt in 1998 te zijn overleden. Wat had ik hem eigenlijk nog graag eens willen zien en spreken over zijn tijd op de lagere school!

    Ik denk met eerbied en respect terug aan deze fijne en bijzondere man. We hebben een mooie tijd gehad in de nadagen van het Rijke Roomsche Leven, we zaten nog op het kerkkoor of waren misdienaar in de Heilig Hartkerk op het Pinasplein. Nu is zowel de school als de kerk al jaren lang verdwenen uit de wijk, het heeft plaatsgemaakt voor een klein winkelcentrum, maar mijn gedachten aan de leerlingen en leraren uit die tijd zijn er nog steeds.

    De Broeders van Maastricht hebben het zeker niet gemakkelijk gehad in die tijd : de uitstroom uit de kloosters was begonnen, het kerkbezoek liep achteruit en ook de jeugd werd mondiger en kritischer. Ook de tientallen Broeders van Maastricht, die woonden in het klooster aan het Marconiplein in Rotterdam ontkwamen niet aan de nieuwe orde. We hebben in onze dagelijkse leven nog steeds veel aan hen te danken !

    De Broeders van Maastricht (FIC),

    Verzorgden sedert 1845 het grootste deel van het katholiek onderwijs, eerst voornamelijk aan jongens en later ook aan meisjes. Naast het reguliere onderwijs verzorgden de broeders de z.g. buitenschoolse activiteiten en sportevenementen, waaronder ook schoolvoetbal.

    Vele generaties westerse jongens hebben ‘bij de broeders’ op school gezeten. De Congregatie van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis vindt haar oorsprong in Maastricht, gesticht in 1840, door een brouwerszoon die priester werd en die zich het lot van de allerarmsten aantrok. Eerst in Maastricht, industriestad met veel paupers. Later ook in Noord-Brabant en in de grote steden Nijmegen, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.
    Zijn de broeders momenteel nog in Rotterdam (Marconiplein) en Den Haag woonachtig en werkzaam, op 17 mei 2003 viel het doek voorgoed voor de broeders in Amsterdam. Zoals in zo veel religieuze gemeenschappen speelt hier de hoge leeftijd der broeders een rol. Zij zijn meestal verhuisd naar naar het kloosterverzorgingshuis ‘De Beyart’ in Maastricht. Na een lang werkzaam leven wordt hun nu de rust van harte gegund.

    Weblinks

    Zie ook : www.schoolbank.nl

    Klij hier voor de website van De Broeders van Maastricht !