Dubbeldam

image_pdfPDFimage_printPrint

Onze Oorsprong : DUBBELDAM

Voor zover thans bekend, is de familie VAN GINK oorspronkelijk afkomstig uit de gemeente Dubbeldam , een voormalige, zelfstandige dorp (gehucht) op het eiland Dordrecht in Zuid – Holland. Het was een arme, agrarische omgeving en naast landbouw stond het dorp Dubbeldam bekend om zijn goede paardenfokkers !

Dubbeldam bestond vroeger uit een oude dorpskern, een paar voormalige landwegen en veel nieuwbouw. Van de oude dorpskern is door afbraak en nieuwbouw in de jaren zestig weinig meer te zien. De wijk ligt bijna direct aan het natuurgebied de Hollandse Biesbosch. Voor Dordtse begrippen wonen er thans veel welgestelden.

De naam van de plaats Dubbeldam is eenvoudig te verklaren als “dam in de Dubbel”, een riviertje dat door de Groote of Hollandsche Waard liep. In 1282 wordt de locatie voor het eerst vermeld. Ergens in de veertiende eeuw krijgt het dorpje met de omliggende boerderijen de status van ambacht. Als in de nacht van 18 op 19 november 1421 de Sint-Elisabethsvloed een einde maakt aan de Groote of Hollandsche Waard, verdrinkt Dubbeldam met 17 andere dorpen in de directe omgeving.

De rechten op de ambachten bleven echter (zij het als dode letter) in stand en toen er in de zestiende eeuw in het gebied ten zuiden en oosten van Dordrecht weer gepolderd werd, kreeg Arend Cornelisz., burgemeester van Dordrecht en heer van (het eveneens verdronken) De Mijl, interesse in de rechten over Dubbeldam, die hij in 1554 van het gewest Holland als erfpacht verkreeg.

Vanaf ca. 1560 begonnen hij en zijn opvolgers het gebied systematisch in te polderen. Het was van groot belang voor Dubbeldam om de grenzen vast te stellen, daar werd een commissie voor ingesteld. Landmeters trokken rond 1560 een ‘ree’ (grenslijn) tussen Dordrecht en Dubbeldam ter hoogte van ongeveer Reeweg-Oost. De vier polders waar het ambacht Dubbeldam uiteindelijk uit zou bestaan waren: Oud-Dubbeldam, de Noordpolder, de Zuidpolder en de Aloïsenpolder. De polder Wieldrecht werd in 1659 een zelfstandig ambacht. Het dorp Dubbeldam werd in 1630 groot genoeg geacht voor een eigen kerk.

Dubbeldam was lange tijd niet meer dan een paar huisjes rond een kerk. In 1632 stonden er slechts 56 huizen, honderd jaar later waren dat er 107 en in 1840 was dit aantal gegroeid tot 243. Na 1750 werd het grondgebied van Dubbeldam flink uitgebreid met nieuwe polders en groeide ook het dorp uit tot een plaats van redelijke omvang.
In 1816 werd de gemeente Dubbeldam geformeerd, die in 1856 de gemeentes Wieldrecht en De Mijl zou annexeren. De macht van de ambachtsheer was met de vorming van de gemeente geminimaliseerd, al bleef hij tot 1929 rechten over Dubbeldam houden.

Dubbeldamseweg_kerkDubbeldam_1957

Het grondgebied van Dubbeldam besloeg vanaf 1856 ongeveer 3/4 deel van het Eiland van Dordrecht, het qua inwonertal veel grotere Dordrecht moest het met een veel kleiner deel doen. Vanaf 1871 werden herhaaldelijk stukken grondgebied door het uitbreidende Dordrecht geannexeerd. Om de aanleg van de spoorlijn naar Sliedrecht mogelijk te maken werd rond 1880 grond geruild met Dordrecht en het gebied rond ’t Vissertje aan Dubbeldam toegevoegd.

Dubbeldam op de landkaart

Smalend kunnen oude Dubbeldammers nu nog zeggen: ‘Het station van Dordrecht staat op het grondgebied van Dubbeldam’. Zelf had Dubbeldam samen met ’t Vissertje een stopplaats aan de spoorlijn Elst – Dordrecht: stopplaats ’t Visschertje. Deze werd in 1926 gesloten. Dordrecht bleef groeien en had veel meer ruimte nodig. Ondanks pogingen in de jaren zestig om het dorp, door het te doen uitgroeien tot een voorstad van Dordrecht, zijn zelfstandigheid te laten behouden werd Dubbeldam op 1 juli 1970 officieel volledig aan de grotere gemeente Dordrecht toegevoegd.

De familienaam Van Gink

Voor meer dan honderd jaar hebben tientallen familieleden Van Gink in dit dorpje geleefd, werkzaam als voerman, als kruidenier of als landarbeider. Maar ook in de nabij gelegen gemeenten, zoals : ‘s-Gravendeel, Strijen, Maasdam, Smitshoek en Wieldrecht moeten tientallen familieleden VAN GINK(EL) hebben gewoond en geleefd.

Zij zijn er waarschijnlijk arm geboren, veelal in grote gezinnen opgegroeid, gehuwd met plaatsgenoten, gingen zondag naar de kerk en zijn in de meeste gevallen ook in deze Dordtse regio overleden en begraven.

Enkele bekenden uit de Van Gink-generatie :

Gerardus Leonardus van GINK (1862 – 1956)

Geboren op 25 mei 1862 te Amsterdam, geloof RK. Gehuwd met Johanna LIGHTERT, geboren 26 juli 1866 te Loenersloot, provincie Utrecht. Gerardus Leonardus is op 69-jarige leeftijd overleden te Amsterdam op 21 augustus 1931 en gecremeerd te Driehuis – Westerveld op maandag 24 augustus 1931. Hierboven een foto van het gezin van G.L. met op de achtergrond de kinderen van links naar rechts : dochter RIE (H.M.A.) zoon Jan (J.J.G.) zoon Hein (G.J.M. ) en zoon Kees (C.S.Th.) van Gink

Hinde201402

G.L. van GINK legde zich 40 jaar lang toe op de rijwielindustrie in een speciaal daartoe gebouwde Rijwiel- en machinefabriek De Hinde aan de Omval te Amsterdam. Ook voerde hij het fiets merk Oranje ingeschreven in de officiele registers door G.L. Amsterdam te 1912-01-29. Eind 1890 legde hij zich toe op de automobiel-fabricage en bouwde een van de eerste auto’s in Nederland.

Zo hield hij zich voornamelijk bezig met de ontwikkeling van de explosiemotor.

De Rijwielfabriek Hinde in Amsterdam

De Amsterdammer G.L. van Gink begon in 1988 op kleine schaal met de productie van rijwielen onder de naam Hinde, waarmee hij aangaf dat ze snel bereden konden worden. Zijn bedrijfje groeide snel en toen hij in 1893 een compagnonschap aanging met de bekende wielrenner ‘ Jaap ‘ Ott Bultmann had hij al 25 man in dienst.

Het programma werd uitgebreid met een bouwpakket voor een motorfietsje : een instructie-tekening en een set onderdelen waaronder een bijna 2PK sterke motor. De stap naar de fabricage van automobielen was toen nog maar heel klein.

Reeds in 1898 werd Van Gink dan ook in Amsterdam gesignaleerd met zijn eigen auto, wellicht die men maart 1898 wilde tonen op de Amsterdamse RI. Voor dat evenment was de wagen echter niet tijdig gereed, zodat behalve fietsen en fietstransporters slechts een tekening van de Hinde auto konden worden getoond.

Het ontwerp bleek voor die tijd nogal ingewikkeld. Zo waren er twee motoren voorzien van elk 4,5 PK, een aandrijving met wrijvingskoppelingen in plaats van kettingen en een soort zelfdragende buisconstructie voor chassis en carosserie. De verkoopprijs had men bepaald op f 2500. Na de RI zou de auto nog wel afgebouwd zijn, maar tot verdere produktie is het niet gekomen. Tot 1936 zijn er Hinde motorrijwielen verkocht , daarna verdween het merk.

Hinde201401

Affiche van Hinde Rijwielen eind 19e eeuw. Ontwerp J. G. van Caspel.

De Hinde (in sommige media wordt de naam Van Gink gebruikt), Amsterdam (1899-1938), is een historisch Nederlands merk van auto’s, fietsen en motorfietsen.

Het is een merk dat aanvankelijk De Dion-motoren van 2 pk gebruikte. Nadat de productie lange tijd stil lag, ging men in het tweede deel van de jaren dertig tweetakten van 98 en 118 cc produceren.

Hinde is opgericht door G.L. van Gink in 1888. Op de RI (tot 1900 de naam van de RAI) van 1899 presenteerde het haar eerste en waarschijnlijk enige auto. De auto was aangedreven door twee 4,5pk-motoren met een wrijfkoppeling. De auto zou verkocht zijn voor 2500 gulden.

Hinde is opgericht door G.L. van Gink in 1888. Op de RI (Tot 1900 heette de RAI zo) van 1899 presenteerde het haar eerste en waarschijnlijk enige auto. De auto was aangedreven door twee 4,5 pk motoren met een wrijfkoppeling. De auto zou verkocht zijn voor 2500 gulden.

C.S.Th. (Cornelis Simon Theodorus) van Gink (1890–1968)

pluimvee04

Cornelis Simon Theodorus van Gink werd geboren te Nieuwer-Amstel op 25 oktober 1890. Zijn hobby’s waren tekenen en duiven. Hij volgde de eerste tekenlessen te Amsterdam.De heer van Gink was vóór 1914 enkele jaren in Chicago (V.S.) om zijn tekenopleiding te voltooien.
De internationaal bekende Arthur O. Schilling was zijn leermeester. Teruggekomen in Nederland ontwikkelde hij zich verder als tekenaar en pluimveeschilder. Daarnaast was hij een bekwaam kleindieren-keurmeester en publicist. Dit alles was zijn vrijetijdsbesteding.

Beroepsmatig was de heer van Gink hoofdredacteur van Avicultura ( toen van 1921 – 1928 ) “Geïllustreerd Weekblad gewijd aan de fokkerij van en liefhebberij voor Pluimvee , Konijnen, Duiven, Vogels en Pelsdieren” ). Vervolgens had hij wisselende leidinggevende functies, waaronder die van directeur van de Orion-Filmfabriek ( later Polygoon ). Tenslotte was hij directeur van het V.V.V.-bureau voor het gewest Haarlem.

De heer van Gink heeft pluimvee-aguarellen vervaardigd voor het instituut voor pluimvee – onderzoek ” Het Spelderholt ” te Beekbergen. In de jaren 1943 – 1944 maakte hij bijna honderd aguarellen. Twintig reprodukties van deze aguarellen – op ware grootte – zijn permanent tentoongesteld in de ” Villa Blanda ” van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren te Zeist.

Toen Cornelis van Gink in de oorlogsjaren ’42-’43 ondergedoken zat, besteedde hij deze donkere periode van noodgedwongen werkloosheid door 100 prachtige aquarellen Oud-Hollandse hoenderrassen te schilderen voor het Instituut voor Pluimveeonderzoek Het Spelderholt in Beekbergen.

pluimvee01

pluimvee05

pluimvee06

De koekoekverige kraaikoppen, de krulverige zilverlaken baardkuifhoenders, de citroenporselein sabelpootkriel en alle ander kippenrassen met poëtische namen werden zo nauwgezet getekend dat de afbeeldingen gebruikt konden worden om uitgestorven hoenderrassen terug te fokken. C.S.Th. Van Gink was dan ook een internationaal befaamd fokker en kenner op het gebied van kleine huisdieren, vooral kippen en duiven.

Als kleine jongen al fokte hij duiven en deze hebben de gewoonte om zich snel te vermeerderen. Toen hij een jaar of veertien was werd het zijn vader te machtig en zette hij alle hokken open. Toen Cornelis bij thuiskomt zijn vogels gevlogen vond barstte hij niet in snikken uit maar floot doordringend. Binnen de kortste keren waren alle duiven weer terug.

Naast zijn passie voor duiven en kippen was Van Gink een begaafd tekenaar. Hij kreeg een tekenopleiding in Amsterdam en ging vervolgens vóór 1914 enkele jaren naar Chicago waar hij les kreeg van de internationaal bekende kunstenaar Arthur O. Schilling, Amerika’s bekendste schilder van pluimvee.

pluimvee02

pluimvee03

Teruggekomen in Nederland ontwikkelde hij zich verder als tekenaar en pluimveeschilder. Daarnaast was hij een bekwaam keurmeester en publicist van tientallen boeken over duiven en hoenders die ook door hem werden geïllustreerd.
In 1921 was hij de organisator van het wereldpluimveecongres in Den Haag. Reeds op 31-jarige leeftijd werd Van Gink

Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in Scandinavië ontving hij zeer hoge onderscheidingen voor zijn verdiensten op het terrein van de pluimveeteelt.

Beroepsmatig was hij onder meer directeur van de Orion-Filmfabriek (later Polygoon genaamd).

Cornelis van Gink overleed 11 februari 1968 op 77-jarige leeftijd in Heemstede.

Bekend duivenfokker

De Voorburgse Schildkropper is een schepping van de grote geneticus en illustrator C.S.Th van Gink.
Deze duif dankt haar naam aan het feit , dat haar wieg gestaan heeft in een der mooie tuinen van Voorburg bij Den Haag.GeschiedenisReeds als twintigjarige jongeman liet de gedachte om witte kroppers met een gekleurd schild te fokken van Gink niet los. Maar lange tijd bleef het bij een wensdroom, want voordat hij met met de werkelijke fokkerij zou kunnen beginnen zou het 1929 worden.

Intussen vertoefde hij nog enkele jaren in Amerika om zijn teken een schilderkunst te perfectioneren, en bovendien moest hij zich bezighouden met het opbouwen van een goede toekomst.

Maar in 1929 ging hij toch beginnen met zijn grote taak en binnen tien jaar showde deze grote fokker al verscheidenen goede Voorburgse Schildkroppers. Het behoeft geen betoog dat hij in deze tien jaren heel wat teleurstellingen moest incasseren, en dat vele honderden jongen geboren moesten worden om de eerste goede resultaten te boeken.

Als bekroning op zijn werk werd in juni 1938 het ras als zodanig door de toenmalige Raad van Beheer erkend.
Het spreekt vanzelf dat heel wat rassen gebruikt werden om deze schildkropper zijn huidige vorm en tekening te geven, zoals de Norwich Kropper, de Brünner Kropper, de Steiger Kropper, de Engelse Kropper, de Antwerpse Smierel e.a.
Ook de Schildduif werd te hulp geroepen om een mooie tekening en kleur te verkrijgen.

Hieronder treft u een geïllustreerd schema aan van de rassen die gebruikt werden, van de hand van van Gink zelf.
Het feit dat zoveel verschillende rassen werden gebruikt, is de oorzaak dat er nog wel eens misgetekende jongen geboren worden. Ook komen er nog wel eens dieren voor met een lichte voetbevedering, het geen een aanwijzing is in de richting van de Engelse Dwergkropper.

Een dergelijke vogel gepaard aan een kaalbenig dier, geeft echter weer mooie kaalbenige jongen. Daar in het beginstadium van dit relatief jonge duivenras in feite zeer weinig fokkers waren, daar velen de moed verloren omdat men nog te weinig goedgetekende dieren kweekten. Meende men goed te doen haar krachten te bundelen door oprichting van een speciaalclub. Op 26 januari 1947 werd bij gelegenheid van Avicultura’s kleindieren tentoonstelling een speciaalclub opgericht met de naam “Voorburgse Schildkropper Club”.

Maar ondanks alle inspanningen en een goed gerichte propaganda was deze club geen lang leven beschoren. In 1954 hield zij op te bestaan. In het midden van de zestiger jaren kreeg de fokkerij van Voorburgse Schildkroppers evenwel een nieuwe impuls dank zij het feit , dat mevrouw H. van Gink-Porschen alsmede een aantal nieuwe fokkers zich serieus met de fokkerij gingen bezig houden en dat toen steeds meer goede dieren geëxposeerd werden.

Op 1 juni 1968 werd de “Nationale Voorburgse Schildkroppers Club ” opgericht met een krachtig bestuur , die het ras in enkele jaren tot grote kwaliteitshoogte bracht, dus zowel in kwaliteit als in het aantal fokkers, als ingezonden dieren op de tentoonstellingen.

Zo worden op de sinds 1970 gehouden clubshows bij de lichtstadshow in eindhoven en Savoa te Amsterdam telkens meer dan honderd Voorburgse Schildkroppers in de kooien gebracht , waarbij zich dieren bevonden van prima kwaliteit en er zelfs het predicaat ” U ” werd toegekend. Ook in het buitenland en met name in Duitsland, het land waar veel rassen gecreërd of vervolmaakt werden en waar veel kropper-liefhebbers wonen, alsmede in de Verenigde Staten, bestaat grote belangstelling voor dit ras.

Een aantal kropperfokkers in Duitsland heeft zich de laaste jaren met succes op de fok van dit ras toegelegd, terwijl op 17 januari 1971 tijdens de Ratisbona-Schau in Regensburg een eigen speciaalclub werd opgericht, welke thans meer dan zestig actieve leden telt.

Bovendien hebben belangrijke duitse auteurs zoals Edmund Zurth en Josef Fischer positief over de Voorburgse Schildkropper geschreven in hun literatuur. Een feit is dat deze kropper thans voorgoed heeft gewonnen en dat haar toekomst verzekerd is. Het zou fijn geweest zijn waneer de schepper van dit ras dit had mogen beleven.!!Cornelis Simon Theodorus van Gink werd geboren te Nieuwer-Amstel op 25 oktober 1890.

Zijn hobby’s waren tekenen en duiven. Hij volgde de eerste tekenlessen te Amsterdam.De heer van Gink was vóór 1914 enkele jaren in Chicago (V.S.) om zijn tekenopleiding te voltooien.

De internationaal bekende Arthur O. Schilling was zijn leermeester. Teruggekomen in Nederland ontwikkelde hij zich verder als tekenaar en pluimveeschilder. Daarnaast was hij een bekwaam kleindieren-keurmeester en publicist. Dit alles was zijn vrijetijdsbesteding.Beroepsmatig was de heer van Gink hoofdredacteur van Avicultura ( toen van 1921 – 1928 ) “Geïllustreerd Weekblad gewijd aan de fokkerij van en liefhebberij voor Pluimvee , Konijnen, Duiven, Vogels en Pelsdieren” ).

Vervolgens had hij wisselende leidinggevende functies, waaronder die van directeur van de Orion-Filmfabriek ( later Polygoon ). Tenslotte was hij directeur van het V.V.V.-bureau voor het gewest Haarlem. De heer van Gink heeft pluimvee-aguarellen vervaardigd voor het instituut voor pluimvee – onderzoek ” Het Spelderholt ” te Beekbergen. In de jaren 1943 – 1944 maakte hij bijna honderd aguarellen. Twintig reprodukties van deze aguarellen – op ware grootte – zijn permanent tentoongesteld in de ” Villa Blanda ” van het Produktschap voor Pluimvee en Eieren te Zeist.

De rijk getalenteerde van Gink overleed 11 februari 1968 op 77-jarige leeftijd in Heemstede

Collectie van 100 schilderijen

Het Nederlands Pluimveemuseum in Barneveld heeft in 2005 deze unieke collectie aquarellen van hoenderrassen voor lange periode in bruikleen gekregen. De meeste koppels kippen en hanen staan afgebeeld tegen de achtergrond van traditionele boerderij-typen en landschappen uit de streek van herkomst: bollenvelden, molens, schaapskooien en vennetjes. Stadsuitbreidingen en industrialisatie hebben hier nog geen sporen nagelaten.

Bron : Nederlands Pluimveemuseum, Hessenweg 2a, Barneveld

Overige familieleden

Een deel van de familie is vanuit Dordrecht vertrokken naar Schiedam, naar Amsterdam en naar de omgeving van Roosendaal. Van daar uit zijn ook de VAN GINK’s richting België getrokken. Er bestaat de verwachting dat ook de Belgische naamgenoten, oorspronkelijk afstammen van de oorspronkelijke families in Dubbeldam. Maar dat is tot nu toe niet geheel duidelijk.

In het archief van het Streekmuseum Hoeksche Waard, Hofweg 13, Heinenoord zijn er veel historische gegevens over de oorspronkelijk generaties streekgenoten te vinden . Jammer genoeg beschikt dit streekmuseum nog niet over een via internet te benaderen electronisch archief. We zullen er dus zelf met de auto naar toe moeten rijden om meer over mijn voorouders te weten te komen.

P.